donderdag 28 januari 2010

EINDOPDRACHT ICT BIJ NEDERLANDS

http://mevrouwjorien.webquestmaker.nl/nederlands1

Op deze site is mijn webquest te vinden. Deze webquest ondersteunt de lessen die ik gemaakt heb als afsluiting van het vak ICT bij Nederlands.

Hieronder vinden jullie een uitgebreide lesvoorbereiding:

Sleutelvragen van Geerligs

1. Welke leerdoelen heb ik op het oog?

- De leerlingen leren samenwerken in een team. Dit houdt in dat ze leren plannen in een groepje, en de taken leren verdelen.

- De leerlingen leren informatie te verwerken met programma’s als Word en Paint tot een eindproduct, in dit geval een krant in postervorm.

2. Welk begingedrag bezitten de leerlingen met betrekking tot de beoogde leerdoelen?

De leerlingen hebben bij andere vakken en bij andere opdrachten al samengewerkt in een groepje, ze weten dus wat dit inhoudt. Ze kunnen werken met programma’s als Word en Paint.

3. Hoe differentieer ik tussen leerlingen?

De leerlingen krijgen de kans om zelf een taak op zich te nemen, als ze van zichzelf dus weten waar ze goed in zijn, kunnen ze dit hier benutten. De leerlingen die wat sterker zijn dan andere leerlingen, kunnen ervoor kiezen om artikelen te schrijven over moeilijkere onderwerpen, en ze kunnen meer eisen stellen aan hun eigen artikel. Dit geldt natuurlijk andersom voor leerlingen die wat minder goed zijn in het vak Nederlands. Hier zullen ze niet uit zichzelf voor kiezen, maar dit gaat meer vanzelf. De docent kan de leerlingen hier in sturen.

4. Welke werkvormen en groeperingsvormen benut ik?

De leerlingen werken in groepjes van 3 achter de computer. Als ze klaar zijn met deze opdracht gaan ze aan hun tafel verder met het in elkaar ‘plakken en knippen’ van de krant/poster.

5. Welke leermiddelen gebruik ik?

De leerlingen gebruiken grotendeels de computer.

6. Welke didactische volgorde geef ik aan?

Aan het begin van de les legt de docent duidelijk aan de leerlingen uit wat een webquest inhoudt en wat de bedoeling is van de les. De leerlingen mogen na deze uitleg zelf groepjes maken waarin ze willen werken, zodat ze in een groepje terecht komen waar ze zich fijn in voelen. Als de groepjes verdeeld zijn, gaan de leerlingen in het groepje brainstormen over de onderwerpen die ze gaan gebruiken. Ze verdelen hierbij ook de taken onderling. Als dit gelukt is, kunnen de leerlingen alleen of in het groepje aan de slag met de opdracht. Wanneer de docent goedkeuring heeft gegeven voor de opdracht, mogen de leerlingen dit uitprinten en verwerken op de poster. Aan het eind van de lessenserie laten de leerlingen de poster in het groepje zien aan de klas. Ze vertellen hierbij wat ze gemaakt hebben en wat er op de poster staat.

7. Hoe en wanneer meet ik de leerresultaten?

Tijdens de lessen kijkt de docent hoe de leerlingen werken. Hierbij wordt gekeken naar de vorderingen, het samenwerken en uiteindelijk naar het eindresultaat.

8. Hoe faseer ik de les met betrekking tot de tijd?

De leerlingen krijgen aan het begin van deze lessen te horen hoe lang ze de tijd voor alles hebben. Tussen de lessen door worden de leerlingen steeds even centraal geroepen, om duidelijk te hebben hoe lang ze al bezig zijn en hoeveel tijd ze nog hebben.

9. Hoe motiveer ik de leerlingen zoveel mogelijk?

De leerlingen krijgen vooraf duidelijk te horen wat de opdracht is, wat er van ze verwacht wordt, en wat zij van de docent kunnen verwachten. De leerlingen worden gemotiveerd doordat ze zelf onderwerpen mogen kiezen voor de artikelen. Leerlingen zijn over het algemeen ook snel tevreden als ze op de computer mogen werken.

10. Hoe zorg ik voor een goede sfeer in de klas?

De docent blijft de leerlingen aanspreken en begeleiden bij de opdrachten. Voor de leerlingen is hierbij duidelijk wat ze aan de docent hebben. Tijdens de opdracht mogen de leerlingen uiteraard met elkaar overleggen over de opdrachten die ze maken.


Verantwoording keuze van opdrachten in relatie tot mijn thema

Mijn thema is: nieuws.

De leerlingen komen in het dagelijks leven in aanraking met het nieuws, op de computer, op de televisie, op straat en in de klas. Voor de leerlingen is het vanzelfsprekend dat dit nieuws er is, maar hebben ze een idee wat hieraan vooraf gaat? Ik heb gekozen voor deze opdrachten omdat leerlingen hierbij leren wat het inhoudt om nieuws te zoeken en te verwerken tot een artikel. Ze zijn hierbij dus bezig met informatie zoeken en met schrijfvaardigheid.

Ik heb gekozen voor een webquest omdat dit een duidelijke opzet is voor een opdracht, leerlingen kunnen zelf heen en weer klikken in de pagina als ze stukjes niet begrijpen of nog een keer willen lezen. Voor leerlingen is het aantrekkelijk dat dit op de computer gebeurt, iets waar ze in het dagelijks leven zelf veel mee bezig zijn.


Lesformulier Geerligs

School: Libanon Lyceum

Klas: M2A

Aantal leerlingen: 21

Lesopdracht: webquest

Datum: 29 januari 2010

Algemene lesdoelen:

De leerlingen gaan deze les aan de slag met het maken van een krant op posterformaat.

Beginsituatie:

De leerlingen zijn al vaak in aanraking gekomen met de computer. Ze moeten deze les werken met programma’s als Word, Internet Explorer en Paint, ze weten hoe doet moet. Ze hebben nog nooit gewerkt met een Webquest, maar dit spreekt vrijwel voor zich.

Bij andere vakken en bij andere opdrachten hebben de leerlingen al samengewerkt in een groepje, ze weten dus wat dit inhoudt.

Tijdsfasering:

Les 1

Tijd

Wat?

Leerling

Docent

10

Uitleg lessenserie

Luisteren

Uitleggen

10

Groepjes maken

Groepjes verdelen

Begeleiden

20

Brainstormen

Nadenken over onderwerpen voor de artikelen

Leerlingen helpen die niet uit de onderwerpen komen

10

Taken verdelen

Verdeelt taken binnen het groepje, denkt na over waar hij/zij goed in is

Stuurt de leerlingen bij dit onderdeel

Les 2

Tijd

Wat?

Leerling

Docent

10

Uitleg les

Luistert naar docent

Uitleggen

40

Artikelen schrijven

Schrijven artikelen in groepjes of alleen

Begeleidt/stuurt de groepjes waar nodig

10

Afsluiten les

Luistert naar docent

Blikt met de leerlingen terug op de les

Les 3

Tijd

Wat?

Leerling

Docent

5

Uitleg les

Luistert naar docent

Uitleggen

15

Poster maken

Knutselt aan de poster

Begeleidt/stuurt de groepjes waar nodig

20

Poster presenteren

Presenteert poster of kijkt naar poster medeleerlingen

Luistert/kijkt naar de presentaties en beoordeelt deze

10

Afsluiten lessenserie

Luistert naar de docent en geeft mening

Blikt met de leerlingen terug op de lessenserie

Concrete doelen (SMART):

- De leerlingen leren samenwerken in een team. Dit houdt in dat ze leren plannen in een groepje, en de taken leren verdelen.

- De leerlingen leren informatie te verwerken, met programma’s als Word en Paint, tot een eindproduct. Het eindproduct is in dit geval een krant in postervorm.

- De leerlingen leren een krantenartikel te schrijven. Ze moeten rekening houden met: krantenkop, inleiding, middenstuk en een slot.

Leerstof (schematisch overzicht van onderwerpen en bijzaken):

Tekstverwerkingsprogramma: Word

Verwerkingsprogramma: Paint

Samenwerken: plannen, taken verdelen, naar elkaar luisteren

Artikel schrijven: krantenkop, inleiding, middenstuk en slot.


Didactische aanpak (wat doet de docent):

Aan het begin van de les legt de docent duidelijk aan de leerlingen uit wat de opdracht is voor deze lessen. Hierbij wordt uitgelegd wat een webquest is en wat de leerlingen hiermee kunnen. Tijdens het maken van de opdrachten loopt de docent rond in de klas om te kijken of het werk lukt bij de leerlingen in groepjes. Hierbij wordt sturing gegeven waar dat nodig is. Als de leerlingen de opdracht op de computer afgerond heeft, geeft de docent goedkeuring om de opdracht te printen, hierbij kijkt de docent of alles aanwezig is uit de opdracht. Als de leerlingen de poster presenteren aan de klas, kijkt de docent kritisch of de leerlingen de opdracht goed uitgevoerd hebben.


Beoordeling: zie webquest

De leerlingen worden beoordeeld aan de hand van een puntensysteem. Op elk onderdeel worden zij beoordeeld. Elke groepje krijgt een cijfer, dus niet elke leerling. Dit zorgt ervoor dat de leerlingen allemaal verantwoordelijk zijn voor elkaar.

Samenwerking

20

Ernstige gebeurtenis

10

Het weer

10

Roddel

10

Broodjeaapverhaal

10

Sportartikel

10

Presentatie poster

10

Poster

20

Totaal

100


Lesmateriaal & docentenhandleiding

Op de webquest is voor de docent en de leerling precies te vinden wat de bedoeling is van deze lessenserie.


maandag 26 oktober 2009

Social Software

Social Software is software die de online interactie tussen mensen mogelijk maakt.

“Alle Software die tot doel heeft om het tot stand brengen en houden van netwerken tussen mensen te vereenvoudigen.”

Het gebruik hiervan is in de laatste jaren steeds meer toegenomen. Mensen kunnen op deze manier makkelijk hun ervaringen en meningen uitwisselen. De communicatie gaat op een persoonlijke en (bijna) directe manier.

Gebruik in het onderwijs:
Je kunt in je lessen gebruik maken van deze software, bijvoorbeeld met tekst- of audio-chat. Je kunt hierbij de schrijfvaardigheid of spreekvaardigheid oefenen. De voordelen hiervan:
- Uitspraak speelt bijna geen rol.
- De leerling doet het voor zichzelf, hoeft zich dus niet te schamen (minder schroom om te communiceren).
- Leerlingen kunnen zelfstandig aan de slag en ze kunnen op hun eigen niveau werken.
- Iedereen is aan het werk: dit is niet altijd het geval in een groepsdiscussie.
- Het is eigentijds en veel leerlingen vinden dit leuk.

Hiernaast kun je gebruik maken van verschillende forums, waar leerlingen kunnen reageren op een vraag of stelling. De leerlingen leren zo op een speelse manier hun mening te vormen en te verwoorden.

Nog meer voorbeelden van Social Software:
* Weblog
* Podcast
* Videoblog
* phpBB (www.phpBB.com)
* Instant Messaging

maandag 5 oktober 2009

Internet als informatiebron

Deze week gaan we aan de slag met google. Ik zal hieronder de antwoorden geven op verschillende vragen.

1. Wat is de hoofdstad van de Solomon Eilanden?
Honiara--> dit heb ik gevonden door te zoeken bij google op "hoofdstad" "solomon eilanden"

2. Zoek een webpagina waarop het antwoord terug te vinden is. Zoek een foto van een voetafdruk van de Yeti, genomen in 1951 door Eric Shipton. Geef de naam van de berg waarop de afdruk werd gevonden en geef de volledige URL van een webpagina waarop deze foto te zien is.
Berg: Menlung Glacier (tussen Tibet en Nepal) http://www.himalayanleaders.be/yeti.php
Foto:http://www.bermuda-triangle.org/assets/images/Shiptonphoto.jpg
Ik heb gezocht op "yeti voetafdruk" "eric shipton" 1951 en "yeti footprint" "eric shipton" 1951.

3. India telt 25 staten. Zoek een webpagina waarop je volgende gegevens terugvindt: de staat met het grootste aantal inwoners, de naam van de hoofdstad ervan en naam van de meest gesproken taal.


4. Op welke begraafplaats ligt Karl Marx begraven? Geef de volledige URL van een pagina waar je dit kan terugvinden.
Ik heb eerst gezocht op "Karl Marx begraven" en daarna doorgezocht naar de naam van het kerkhof van highgate in Londen.

Hij werd begraven naast zijn vrouw op het kerkhof van Highgate in Londen (http://www.marxists.org/nederlands/lenin/1914/1914marxisme.htm)

De naam van het kerkhof: Highgate cemetery

5. Zoek een webpagina waar de tekens worden getoond die de Maya's gebruikten om de cijfers 0 tot en met 19 voor te stellen

Trefwoorden: "Maya's cijfers"
http://nl.wikipedia.org/wiki/Mayacijfers

zondag 4 oktober 2009

WEBKWESTIE

Wat zijn webquests?
Een webquest is een eenvoudige activiteit om leerlingen zelfstandig informatie te laten verzamelen en dit te ordenen naar een nieuw product, zoals een werkstuk of een spreekbeurt. Het is een online taakgerichte opdracht--> het bestaat uit de volgende onderdelen:
- Inleiding met informatie over het onderwerp
- Een uitvoerbare opdracht
- Informatiebronnen die de leerling kan gebruiken bij de opdracht
- Beschrijving van alle handelingen die de leerling moet volgen
- Aanwijzingen bij het zoeken van de informatie
- Een afsluiting met reflectie

Op welke manieren kun je een webquest maken?
Je kan een webquest maken via kennisnet.nl, deze site heeft een webtool waarmee iedereen een eigen webquest kan maken. Ook kun je via verschillende sites een webquest maken. Als je op google intypt: webquests maken, dan kom je op verschillende sites terecht.

Hoe kunnen webquests in het onderwijs worden ingezet?
Leerlingen worden door middel van webquests gericht aan het werk gezet met de computer. Ze leren zo alleen gebruik te maken van de computer voor het maken van bijvoorbeeld een werkstuk, en niet ook nog met andere dingen op de computer.

Hoe kunnen webquests bij het vak Nederlands worden ingezet?
Bij het vak Nederlands kunnen webquests eigenlijk heel breed ingezet worden. Je hebt veel mogelijkheden in de les om hiermee te werken. Je kunt met leerlingen aan de slag met het onderdeel Jeugdliteratuur, leerlingen kunnen op internet informatie zoeken over schrijvers, genres, stijlen, enz. Ook kunnen leerlingen bijvoorbeeld aan de slag gaan met verschillende groepstalen (straattaal/jongerentaal, vaktaal).

Voorbeelden van webquests:
http://www.digischool.nl/ne/community/Webquests.htm
http://sites.google.com/a/webkwestie.nl/ridderliteratuur/
http://www.webkwestie.nl/taalverloedering/
http://lelievijver.websitemaker.nl/lelievijver/265346
http://www.webkwestie.nl/bilderdijk/

Wat vind ik van webquests?
Ik vind dit een leuke manier van werken, leerlingen leren zo gerichter te zoeken op het internet. Zo voorkom je (voor een deel) dat leerlingen voor zichzelf andere dingen gaan doen, wat met de computer altijd erg verleidelijk is.

dinsdag 29 september 2009

Podcast

“De term podcasting is een samenwerking van iPod, de draagbare MP3-speler van Apple, en ‘broadcasting’ (Engels voor uitzenden).” http://nl.wikipedia.org/wiki/Podcast

Podcast is de term voor alle manieren waarbij geluidsbestanden van Internet worden gehaald en later beluisterd worden.

Ik heb zelf wel eens met een podcast gewerkt. Het lijkt me leuk om dit in de les eens te gebruiken. Ik kan dan bijvoorbeeld zelf iets inspreken en in de klas laten horen (op deze manier lesgeven) of ik kan de leerlingen zelf een podcast laten maken voor elkaar. Ze kunnen elkaar bijvoorbeeld op deze manier lesgeven in kleine onderdelen van het vak.

Veel leerlingen houden niet erg van lezen, aan de hand van podcasts kun je bij het vak Nederlands de kinderen ‘lekker’ maken voor het lezen van een boek. Je kunt zelf verschillende stukken voorlezen uit een boek en dit aan de klas laten horen.

Mijn podcast is te vinden op: http://stud.hro.nl/0789699/ en dan bij week 3.

Voorbeeld van een podcast voor het vak Nederlands of een site over podcasts:
http://www.jaappeters.nl/index.php?id=35
http://boeken.vpro.nl/artikelen/41318296/
Handig adres: http://podcasting.startpagina.nl/

Webfeeds

Met een RSS-lezer worden alle berichten van (je favoriete) websites en weblogs automatisch naar je pc of telefoon gestuurd.

Het werkt vrij gemakkelijk. Bijvoorbeeld op de site www.nu.nl--> je kunt je hierbij abonneren op verschillende categorieën/feeds, zo filter je de site in principe. Als je alleen geïnteresseerd bent in het nieuws over bekende Nederlanders, dan klik je op NU.nl Achterklap, maar ben je juist geïnteresseerd in de economie, dan klik je op NU.nl Economie. Voor deze manier heb je geen aparte software nodig, hij slaat de feed gewoon op in je favoriete.

Je kunt ook een programma installeren op je computer voor het ondersteunen van webfeeds. RSS-Reader-software is hier een goed voorbeeld van. In dit programma krijg je steeds berichten binnen als iemand iets verandert op zijn site, waar je je natuurlijk op geabonneerd hebt. Deze methode is wel handig, als je er veel mee wilt werken. Voor mij werkt dit niet zo goed, ik houd me wel bezig met sites als: Facebook en hyves, maar op deze sites kijk ik regelmatig en heb ik dit dus niet nodig. Dit programma werkt ook alleen vanaf een vaste computer, ik werk op veel verschillende computers en heb dus weinig ‘vaste’ programma’s op mijn eigen pc.

Op Netvibes.nl kun je je eigen website beheren wat betreft feeds, dit werkt weer beter als je op veel verschillende computers werkt.

Ik vind het werken met webfeeds handig, maar zou het zelf niet veel gebruiken in het dagelijks leven. Ik volg niet zo zeer een vaste weblog of een vaste website.

Werken met Photo story 3

Deze week ben ik aan de slag gegaan met het programma Photo story 3, voor het maken van een fotoverhaal. Ik heb voor dit verhaal gekozen voor een gedicht van J.C. Bloem: De Dapperstraat. Bij dit gedicht heb ik foto’s gezocht die het verhaal zouden ondersteunen. Door op deze link: http://www.youtube.com/watch?v=Q46oXVEAySQ te klikken, kom je bij het fotoverhaal.

Photo story 3 biedt veel mogelijkheden en is zelfs voor de beginner erg makkelijk om mee te werken. Je kunt een fotoverhaal maken met of zonder ondersteuning van een gesproken tekst. Ook kun je er voor kiezen om het fotoverhaal te versterken door middel van muziek onder de foto’s.

Fotoverhalen kun je goed toepassen in het onderwijs. Bij Nederlands kun je bijvoorbeeld zo’n fotoverhaal maken als die van mij, een gedicht kun je zo laten horen aan de klas. Het is voor de klas dan minder saai om met gedichten aan de slag te gaan, en ze kunnen zich gelijk een beeld vormen van een situatie, door behulp van de foto’s.

Je kunt er natuurlijk ook voor kiezen om de leerlingen zelf een fotoverhaal te laten maken. Dit kan bijvoorbeeld bij een project in groepjes, waarbij ze een presentatie kunnen ondersteunen met die programma, of bij het maken van een boekverslag.